Welke hond train je het makkelijkst?



Hoe komt het toch dat de hond van de buren sneller begrijpt wat baas wil zeggen dan die van jou? 'De trainbaarheid hangt erg af van het ras', zegt de dierendokter. 'Een jachthond is bijvoorbeeld helemaal anders dan een herdershond. Denk goed na over wat soort hond je wil alvorens een ras te kiezen.'


Algemeen
De ene hond is slimmer dan de andere, maar dat betekent niet noodzakelijk dat hij ook braver is, zegt dierendokter Rob Luckerath. 'Een beagle bijvoorbeeld is een heel slimme hond maar is heel moeilijk trainbaar. Een labrador is van nature dan weer erg volgzaam.' Om te weten of een ras al dan niet gemakkelijk trainbaar is, moet je naar het originele 'beroep' van het dier kijken.


Jachthonden
'Beagles, bijvoorbeeld, gingen altijd mee met edellieden op hun jachtpartijtjes om als een gek achter de vossen te rennen. Zo'n hond is dus niet gemaakt om op de schoot te zitten. Het is best een fijne hond, maar eigenlijk alleen geschikt voor mensen die al ervaring hebben met honden. Kom je met zo'n beagle in een bos, dan zal hij alles uit de kast halen om zich los te rukken en te gaan rennen.'

Die edelmannen hadden ook altijd pointers bij zich. 'Die honden worden gefokt om op de velden te zoeken naar een prooi', zegt de dierendokter. 'Vindt hij een prooi, dan stopt hij en wijst hij zijn baas waar het wild te vinden is. Een pointer is dus ook geen hond die veel contact zoekt met zijn baasje, al zeker niet tijdens een wandeling door de velden.'

Als het wild dan geschoten is, komt de labrador eraan te pas. Hij loopt braaf naast de baas en wacht op het commando om het wild op te halen. 'Eigenlijk is het een beetje dom van die labrador', zegt Luckerath. 'Het dier gaat een prooi halen voor de baas en geeft het netjes af. Hij eet er niet zelf van, maar wacht op een snoepje. Dankzij dat originele beroep is de labrador erg geschikt als gezinshond.'

De slimste en best trainbare onder de jachthonden is overigens de poedel. 'Helaas is het dier een beetje uit de mode geraakt, maar het is een prachtig dier', zegt de dierendokter. 'Let op met die modehonden. Vandaag is het de chihuahua, morgen weer wat anders. Je koopt geen hond die bij je bankstel of je handtas past, maar omdat je het dier een goede thuis wil geven.'


Herdershonden
Naast de jachthonden heb je de herdershonden. 'Dat zijn dieren met een totaal ander beroep', zegt Rob Luckerath. 'Een bordercollie bijvoorbeeld heeft ontzettend veel energie, maar vraagt heel veel contact met zijn baas. Hij is gemaakt voor teamwerk. Geef je herdershonden onvoldoende aandacht en leiding, dan worden ze vals. Ze denken dat ze dan zelf het heft in handen moeten nemen en dan wordt het gevaarlijk.'

Slechts weinig honden oefenen nog hun originele beroep uit, passen de dieren zich na verloop van tijd dan niet aan? 'Neen', stelt Luckerath duidelijk. 'Die dieren zijn er echt op gekweekt. Honderden jaren na elkaar werden dieren gekruist tot het de ideale jacht- of herdershond was. Het is aan ons, hondenbezitters, om de hond in zijn waardigheid te laten en hem te laten werken waarvoor hij is gefokt. Er zijn voldoende alternatieven en spelletjes, zonder dat je hoeft te jagen of schapen te hoeden, die je hond intens gelukkig kunnen maken.'

Tip: om de ideale hond aan te wijzen die past in jouw leven is de site Puppytest.nl alvast een goed hulpmiddel!


Tanden - Gebit bij de hond
De hond heeft net zoals de mens een melkgebit en een blijvend gebit. Het melkgebit bevat meestal 28 tanden: 14 in de bovenkaak en 14 in de onderkaak. Het blijvend gebit meestal 42: 20 bovenin en 22 tanden onderin (onderin is er premolaar of onechte kies extra). De tanden in het gebit hebben een verschillende vorm en functie en worden dan ook ingedeeld in snijtanden (de kleine tanden vooraan), de hoektanden (slagtanden), de onechte kiezen en de echte kiezen.

De echte kiezen zitten niet in het melkgebit: ze verschijnen pas tijdens het wisselen in hun eerste en definitieve vorm. Een drietal weken na de geboorte verschijnen de eerste melktandjes: ze zijn erg dun en scherp. Vaak breekt zo'n tandje tijdens het bijten op een speeltje. Erg is dat niet, daar deze tandjes toch nog uitvallen. Het wisselen begint op 3,5 a 4 maanden leeftijd. Als eerste wisselen de middelste snijtandjes boven. Op ongeveer 9 maanden moeten alle melktanden gewisseld zijn.

De hoektanden wisselen als laatste. De blijvende tanden zijn duidelijk breder, groter en sterker dan de melktandjes. De melktandjes vallen uit door het feit dat de nieuwe blijvende tanden ze omhoog en los duwen, en omdat een jonge hond op alles kauwt en kluift. Het is aan te raden om de hond tijdens de wisselperiode veel harde speeltjes te geven om op te knabbelen zodat de losse tandjes snel uitvallen.


Afwijkingen aan het gebit
Als eigenaar moet u geregeld de tanden van de hond en de kat controleren en verzorgen. Zo zullen afwijkingen sneller ontdekt worden en geeft de behandeling minder problemen dan in een vergevorderd stadium. Door het verzorgen van de tanden zorgt u er ook voor dat tandsteen en daaruit volgende problemen, minder snel zullen voorkomen. Bij sommige rassen (bijv. boxer, poedel , yorkshire, etc.) komen (vaak erfelijke) afwijkingen voor in de lengte van de boven- of onderkaak. Een te korte bovenkaak wordt onderbijter of varkensbek genoemd. Een te lange bovenkaak wordt overbijter of snoeksbek genoemd. Dit kan moeilijkheden geven bij het oppakken van voedsel en geeft tandproblemen omdat de tanden niet mooi op mekaar passen. Het gebit van zulke dieren moet extra in de gaten gehouden worden. Vanzelfsprekend zou er met zulke dieren niet mogen gefokt worden.

Bij kleine rassen (yorkshire, poedel, etc.) durft er vaak bij de wisseling van de tanden wat fout gaan. De melktanden blijven namelijk zitten naast de blijvende tanden: persisterende melktanden dus. Meestal ziet men dit bij de hoektanden, maar ook bij de andere tanden kan dit fenomeen optreden: een echt "dubbel" gebit dus. De melktanden beschadigen op deze manier de blijvende tanden en doen hun stand afwijken. Zijn de melktandjes op een leeftijd van 7 a 8 maanden niet weg dan moeten ze chirurgisch verwijderd worden teneinde het blijvende gebit te beschermen.

Dieren die op jonge leeftijd een erge infectieziekte hebben doorgemaakt (bijv. hondeziekte) kunnen problemen hebben met de blijvende tanden. Deze vertonen dan vlekken en strepen. Deze zaken zijn het gevolg van een gestoorde vorming van tandglazuur tijdens de aanleg van de blijvende tand, dit door de infectieziekte. Zulke tanden met glazuurdefecten zijn uiteraard veel gevoeliger voor bederf. Deze tanden moeten dan ook goed onderhouden worden. Zijn de tanden erg lelijk dan kan men ze met een kunsthars (kunstglazuur laag) laten bedekken.

Dieren die behandeld zijn met bepaalde antibiotica (bijv. tetracyclines) op jonge leeftijd, vooraleer ze gewisseld hebben, kunnen verkleurde blijvende tanden krijgen. De tanden zelf zijn gezond, enkel verkleurd. Tanden slijten met vorderende leeftijd, dit is normaal. Maar ze kunnen erg slijten wanneer er veel met stokken en stenen wordt gespeeld. Op vrije jonge leeftijd blijven dan alleen nog stompjes van de tanden over, en zo'n afgesleten tanden zijn veel gevoeliger voor bederf. Vermijd dat de hond te veel op stokken/stenen kauwt. Tanden kunnen afbreken. Bij melktandjes is dit niet zo erg; ze worden toch nog vervangen. Anders is dit bij volwassen tanden. Bij het afbreken van een tand moet u dit steeds door de dierenarts laten controleren. Wanneer het zenuwkanaal open ligt (de pulpaholte) moet de tand gevuld worden, en eventueel ontzenuwen, om bederf te vermijden.



Hoe poets ik de tanden van mijn hond? (Dijkstra & De Wit dierenkliniek)



Het echte tandbederf "caries" (gaatjes in de tanden) komt erg weinig voor bij de hond. Indien toch kan de tand gevuld worden, of indien de caries te erg is, getrokken. Wat vrij vaak voorkomt is ontsteking van de kieswortel (molaren of premolaren). Er vormt zich een abces onder de wortel en de etter tracht zich een weg te banen naar de buitenwereld. Meestal ziet men dan een bobbel ontstaan onder het oog. Die bobbel kan openbarsten en dan krijgt men een slecht genezend wondje waar af en toe etter uit komt. De enige remedie is het verwijderen van de desbetreffende kies.

Tandsteen zal zich vroeg of laat ontwikkelen. Dit is een bruine neerslag van voedselresten, kalkzouten, bacterien en speeksel op de tanden. Het kan al heel vroeg beginnen, op de leeftijd van 2 a 3 jaar, met een dun bruin laagje op de hoektand. Dit evolueert naar echte brokken tandsteen op de achterste kiezen en hoektanden. Dieren wiens tanden niet verzorgd worden door de eigenaar en daarbovenop een zachte voeding te eten krijgen zoals BROKKEN zullen veel sneller tandsteen ontwikkelen.

Dieren die goed moeten kauwen /knippen op botten en versvlees, zullen nagenoeg geen aanleg hebben voor tandsteen. Tandsteen wordt veroorzaakt door de granen/plaque van brokken voeding. Tandsteen drukt het tandvlees weg. Door irritatie aan het tandvlees trekt het zich terug en raakt het ontstoken. Tandsteen zorgt ook voor tandvleesontstekingen die verantwoordelijk zijn voor een vieze geur en voor het feit dat tanden los gaan zitten en/of uitvallen. Heeft de hond tandsteen dan moet dit verwijderd worden door de dierenarts of bij een goed trimsalon. Dit kan namelijk ook zonder verdoving; veel honden laten dit zonder problemen toe bij hun verzorging door de trimster. Bij de dierenarts wordt onder lichte verdoving met een speciaal daarvoor ontwikkeld ultrasoonapparaat het tandplak verwijderd. Daarna worden de tanden gepolijst. Eventueel los zittende tanden worden getrokken.



Gebitsverzorging bij huisdieren (petsplace.nl)




Bron tekst: Het Nieuwsblad







INVISIBLE FENCING
* De afrastering die zekerheid biedt *